Algemene Informatie

Feestje voor de mini-pupillen!

Voetballer worden, mooie doelpunten maken en handtekeningen uitdelen, dat lijkt kinderen die voor het eerst tegen een bal trappen wel wat. Voor het zover is moet er heel wat gebeuren. Jammer genoeg heeft niet iedereen het talent om de top te bereiken. Maar dat is helemaal niet erg.

 

Bij RKVV Bakhuizen willen we dat alle kinderen met plezier trainen en spelen. Op een leuke manier kennismaken met het voetbal, op een mooi complex en in een veilige omgeving, een klein feestje om de naar de club te gaan.

 

Wie is nu eigenlijk de mini-pupil? Hoe gaan we met ze om? Wat wordt er van ouders verwacht? Daarover meer hieronder.

 

Wie is de mini-pupil?

De mini-pupillen zijn de jongste spe(e)l(st)ers van 4 t/m 6 jaar. Bij Bakhuizen zijn dit de `Kabouters` (de 4- en 5-jarigen) en de JO-07 (de 6-jarigen).

 

De mini-pupil…

  • ...wil spelen. Hij sport niet; hij speelt. Het is niet zijn doel zichzelf te ontwikkelen tot voetballer. Het gaat erom dat hij onbewust en spelenderwijs dingen ontdekt. Maak overal een spelletje van, ook van het opruimen van de spullen;
  • ...houdt van avontuur. Hij voetbalt omdat hij dat spannend vindt. Hij ervaart zijn omgeving niet als een voetbalveld met afmetingen en regels, maar als een wonderland;
  • …wil de bal hebben. Ik en de bal. Sommigen kijken liever nog even toe en schieten de bal ver weg, maar voor de meesten geldt: waar de al is moet je zijn. Voor een enkeling is de bal al meer een middel om kansen te creëren en doelpunten te maken, maar meestal is de balcontrole nog gering. Vandaar dat ze allemaal bij de bal willen zijn;
  • ...is gericht op zichzelf. Ik en de rest van de wereld. Gaat vanzelf over;
  • ...werkt niet samen. En hij speelt ook niet over. Accepteer dit. Soms lijkt een speler het toch te doen. Dat is er misschien in gehamerd door iemand. Stimuleer echter het dribbelen;
  • ...kent weinig regels. Van spelbedoeling en competitiereglementen snapt hij nog weinig. Basale spelregels begint hij te begrijpen, al is er weinig oog voor de belijning. Een mini-pupil weet al wel welke richting hij op moet en dat hij moet scoren in een doeltje;
  • ...houdt het lang vol. Hij kan veel aan in een uurtje. Geef veel beurten; hij leert door veel herhaling. Las wel tijdig rustmomenten in;
  • ...leert door te herhalen. Hij wil niet steeds iets nieuws proberen. Hij wil opgaan in de vorm en heeft succes en uitdaging nodig; het moet lukken en soms mislukken;
  • ...heeft weinig geduld. Hij wil bewegen, niet luisteren. Bombardeer hem niet met informatie. Geef korte, precieze instructies;
  • ...is snel afgeleid. Een spanningsboog van tien minuten is al lang, wissel tijdig van activiteit. Drijft er een luchtballon over? Ga erbij liggen en geniet mee;
  • ...zet aanwijzingen niet om in daden. Met name aanwijzingen gericht op zijn lijf hebben geen zin. ‘Standbeen naast de bal, opendraaien na de balaanname.’ Doe alles voor. Hij is visueel ingesteld en leert een voetbalhandeling (aannemen, mikken) door nabootsing;
  • ...is visueel ingesteld. Hij gaat nog meer op in het spel als je het inkleedt als een avontuur. Vertel een kort, spannend verhaal over een leeuw die wordt opgejaagd door een jager en ze doen nog meer hun best.
  • ...krijgt graag aandacht. Laat hem zijn vaardigheden tonen en gebruik dit als positief voorbeeld bij een uitleg. Help elke speler in zijn eigen tempo;
  • ...vaart wel bij routine en structuur. Voer geleidelijk veranderingen door in de training. Bouw een structuur op waarin continuïteit centraal staat, maar waarin wel ruimte is voor verandering. De mini-pupil went pas na enkele weken aan een nieuwe vorm;
  • ...heeft behoefte aan geborgenheid. Accepteer dat de mini-pupil zomaar van het veld loopt en mama opzoekt. Laat hem zich thuis voelen in de groep, dan keert hij snel terug. 

 

Hoe ziet het voetbal voor mini-pupillen bij onze club eruit?

  1. Vrij ontwikkelen. Voorop staat dat een mini-pupil zich veilig voelt in de groep, dat hij elke week met veel plezier naar de activiteit komt en dat hij zich op en rond het veld vrij kan ontwikkelen. We stimuleren zijn nieuwsgierigheid, laten hem zoveel mogelijk dingen uitproberen en laten hem zo kennismaken met diverse aspecten van voetbal.
  2. Ervaren. Bij onze mini-pupillen draait alles om het spelenderwijs ontdekken van voetbal. Als ze eraan toe zijn, reiken we ze tips aan hoe ze bijvoorbeeld een bal kunnen aannemen. Maar bij voorkeur ontdekken ze dit als vanzelf in uitdagende spelvormen die we ze aanbieden;
  3. De bal. Mini-pupillen zijn niet bezig met medespelers of tegenspelers. Ze hoeven nog niet over te spelen. Ze hebben al hun aandacht nodig bij het beheersen van de bal. Dit is de beste basis om later te leren voetballen. De essentie van een sport als voetbal is zelf keuzes te maken op het veld. Om dat te leren, moeten ze eerst de bal hun wil kunnen opleggen. Dat betekent: veel dribbelen, veel alleen gaan en juist niet overspelen. Verliezen ze de bal? Niet erg. Alleen zo leren ze dat overspelen soms slimmer is. Doet een speler dat al uit zichzelf? Ook prima. Maar maan ze niet tot overspelen, ook niet in de auto terug. Laat ze lekker dribbelen, dat is het beste wat ze kunnen doen. Durft je kind juist nog helemaal niet te dribbelen? Moedig hem op een goed moment (niet langs de lijn) eens aan dat gewoon te doen. De bal verliezen en fouten maken, het mag allemaal;
  4. Het individu. Gaande het seizoen proberen we te achterhalen wat elke speler in voetbal zoekt. Wat verwacht hij? Vooral veel lol en plezier? Of wil hij veel scoren, winnen en kampioen worden? Komt hij naar voetbal omdat zijn ouders dat zo leuk voor hem vinden? Elke speler zit er anders in. Helaas kunnen we ons niet verdiepen in ieders diepste drijfveren. We hopen daarom ook via jullie te weten te komen wat er zoals speelt;
  5. Geen posities of opstellingen. Mini-pupillen maken kennis met voetbal; ze lopen waar de bal is en komen zo in alle uithoeken van het veld terecht. Pas als 10 of 11-jarige gaan ze zich nestelen op een positie; eerder is zonde van hun avontuurlijkheid en ondernemingszin. Opstellingen passen evenmin bij deze leeftijd. Anderzijds, als een mini-pupil dolgelukkig is stijf achterin; ook prima. We stimuleren wel dat iedereen meedoet met het spel;
  6. Omgangsregels. We schelden niet op elkaar, we sluiten niemand buiten, we zitten niet aan iemand, we zitten aan niemands bal. We helpen elkaar altijd;
  7. Spelregels. Die zijn nog niet heel belangrijk, maar mini-pupillen moeten er wel langzaam aan wennen. We zullen ze af en toe op de corner en de uitbal wijzen, maar niet voortdurend, dat leidt af. Sommige kinderen overtreden regels bewust. We spreken de mini-pupillen aan op dit gedrag. Betrek bij herhaaldelijk ongewenst gedrag altijd de ouders erbij.

 

Spelregels voor ouders

Ouders zijn altijd welkom tijdens de trainingen en wedstrijdjes van de mini-pupillen. Wie wil nu niet dat moment meemaken dat ze voor het eerst in een prachtig trainingstenue op dat grote veld spelen?

 

Omdat mini-pupillen niet twee dingen tegelijk kunnen, het in het begin al een hele kunst is om de bal een beetje onder controle te krijgen en we ze eigenlijk alles zelf willen laten ontdekken hebben we in het belang van de kinderen wat spelregels opgesteld.

  • Laat uw kind kind zijn, het moet nog zoveel leren;
  • Roep niets en juch niet overdreven. Uw kind heeft alle aandacht nodig voor de bal;
  • Blijf altijd langs de lijn staan kijken, wees enthousiast en moedig sportief aan;
  • Coach nooit mee, laat het begeleiden over aan de spel- of teamleiders. Laat uw kind lekker spelen en zelf ontdekken;
  • Kriebelt het toch? Meld u aan als spelleider of vrijwilliger!

 

Wat wordt er van ouders verwacht?

  1. Op tijd komen en ophalen. Ouders hebben de verantwoordelijkheid dat kinderen er op tijd zijn; ze kunnen dit niet alleen. Ook zorgen ouders er voor dat ze 5 minuten voor het einde weer aanwezig zijn om de kinderen op te halen. 
  2. Afmeldingen. Voor mini-pupillen is plezier het belangrijkste. Is je kind vermoeid na een drukke week school en zwemles en heeft hij/zij geen zin/energie meer om te spelen? Geen probleem, het moet wel leuk blijven. Graag wel liefst zo snel als mogelijk afmelden zodat we hier rekening mee kunnen houden met oefenvormen en samenstellingen.
  3. Afgelastingen. Ouders worden via de gebruikelijke communicatiekanalen door de spelbegeleiders geïnformeerd indien het weer het niet toe laat om te spelen. Het kan voorkomen dat dit niet eerder dan een uur van te voren bekend is. Hoor je niets? Dan gaat het gewoon door.
  4. Kleding. Bij kou en regen is een waterafstotend, warm trainingspak echt nodig, soms moeten spelers even wachten op hun beurt. Bij temperaturen tegen het vriespunt zijn isolatie/thermo truien en handschoenen gewenst. Neem bij nat weer eventueel een handdoek en droge kleding mee, de kleedkamers zijn beschikbaar om om te kleden. Voor de wedstrijd zijn er shirts beschikbaar van de club, spelers moeten wel zelf even voor blauwe voetbalsokken en een zwart broekje zorgen. Scheenbeschermers zijn zowel tijdens de wedstrijd als op de trainingen verplicht.
  5. Materiaal. Van de club hebben we ballen, hesjes, doelen, pylonen en hoedjes ter beschikking gekregen. Ballen raken soms zoek. Zie er ook als ouder op toe dat spelers die steeds uit de bosjes halen. Na afloop helpen alle kinderen met opruimen.
Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!